De vier seizoenen zijn winter, lente, zomer en herfst. Elk seizoen heeft specifieke kenmerken die je vooral in de natuur kunt terugherkennen. In de winter sneeuwt het vaak. Veel dieren houden een winterslaap of moeten overleven op een aangelegde wintervooraad. De winter is voor velen een tijd van afzien. In de lente leggen vogels eieren en lopen de planten en bloemen uit. Het is de tijd van nieuw leven. De lucht ruikt naar bloemen, jonge dieren dartelen in het rond. De zomer is echter weer een tijd waarin veel natuur het moeilijk krijgt. Het regent minder vaak, maar als het regent, regent het hard. Een hittegolf dwingt mens en dier tot rustig aan doen. Tenslotte komt de herfst waarin bladeren afvallen, wilde planten verwelken en veel dieren zich voorbereiden op de komende winter. Het stormt en regent dagen lang en de zon laat zich niet meer zien. Tenslotte komt de winter terug en zo gaat dat...al miljoenen jaren lang.
Lente
De seizoenen ontstaan door het draaien van de aarde om de zon. De aarde doet er 365 dagen over om helemaal rond te gaan. Tijdens die baan om de zon verandert telkens de stand van de zon ten opzichte van de aarde. Het gevolg is dat steeds andere delen van de aarde het warmst worden. In de lente worden de dagen steeds langer en staat de zon steeds hoger aan de hemel. Het wordt daardoor warmer. De lente begint op 20 of 21 maart. Meer lente
Zomer
Op 20 of 21 juni staat de zon op zijn hoogst. De zomer begint dan. De dagen zijn lang en de nachten kort. Meer zomer
Herfst
Op 20 of 21 september begint de herfst. De dagen worden merkbaar korter, de zon staat lager aan de hemel en het wordt frisser. Hoewel het vaak wat somber is han de zon voor heel mooie momenten zorgen. Bekijk de fotoserie van het Maasoeverpark maar eens. Meer herfst
Winter
Tenslotte wordt het winter op 20 of 21 december, de kortste dag.
Meer winter

Geen opmerkingen:
Een reactie posten